Cultuurcentra onder druk, maar nog lang niet verdrukt

Niet alleen de bibliotheeksector maakt zich zorgen over hoe hun financiële middelen in de toekomst worden beheerd. Vanaf 1 januari 2016 komen ook de middelen voor cultuurcentra in het gemeentefonds terecht. De verleidingen tot snoeien schuilen niet langer om de hoek, ze liggen nu vlak voor onze voeten. Laten we daarom samen waken over de publieke opdracht van cultuurcentra in een veranderende samenleving, om een plek van verwondering en verbeelding te blijven. 

Het is al een maand geleden. De dansvoorstelling 2+ in het cultuurcentrum. Met volle concentratie, af en toe wiebelend op mijn schoot om beter te kunnen zien, keek mijn bijna 3-jarige dochter haar ogen uit. Naar het podium. Naar de kindjes naast haar. Ze liep onbevangen en nieuwsgierig door de gangen van het cultuurcentrum. Veel ‘nabespreking’ moet je van zo’n dreumes niet verwachten. Maar afgelopen weekend haalde ze de kleurplaat - uit het theatercafé waar we die middag aten - tevoorschijn en vertelde ze me haar herinnering. Aan het eten. Aan de voorstelling. De twee vrouwen die dansten. Met balletjes, rode en blauwe. En een emmer op hun hoofd. “Dat was gek, he mama.”

Deze week. “Ah nee, we zijn naar de bib geweest,” glunderde mijn moeder, toen ik vroeg of ze het nieuwste boekje gevonden had in de logeertas (ook al weet ik dat er in mijn ouderlijk huis geen gebrek is aan boeken). Oma en opa wonen in een dorp van 8.000 inwoners. Al groeit ons kind op in een (t)huis waar onmiddellijke toegang is tot boeken, ipads en cultuur, toch vond mijn moeder het meest interessant om op dat ene logeerdagje met haar kleindochter naar de bib te gaan. Niet uit noodzaak, maar om samen naar buiten te gaan, naar een plek waar nieuwe werelden zich voor haar openen.

Als moeder, als burger, geef ik de bibliotheken dus gelijk: #blijfvanmijnbib! Het gaat niet alleen om ‘boeken lenen’. Net zoals het in cultuurcentra niet alleen gaat om in ‘de pluche’ kijken naar een artiest. Deze plekken wakkeren nieuwsgierigheid aan, prikkelen de verbeelding, openen nieuwe werelden.

Als professional in de cultuursector, ben ik evenzeer bezorgd, al zijn cultuurcentra en gemeenschapscentra – de “partners in crime” in het lokale cultuurleven - nooit een verplichting geweest voor steden en gemeenten, in tegenstelling tot de bibliotheken. En kijk, na 40 jaar zijn we met 66 cultuurcentra en 150 gemeenschapscentra. Natuurlijk is dat vooral dankzij de ‘wortel’, richtlijnen en garanties van doordacht Vlaams beleid gegroeid. Vergeten we niet dat naast de subsidie van Vlaanderen, lokale besturen het vijfvoudige investeren in hun cultuurcentrum. Het waren 40 jaar lang onmisbare hefbomen.

Het geld krijgen de gemeentebesturen nog wel, maar ze hoeven dat inderdaad niet meer te investeren in het cultuurcentrum. Bovendien is het onbegrijpelijk dat men dit aanvaardt zonder indexering van deze bedragen. Bijna een understatement te stellen dat 2015 een mijlpaal is in de geschiedenis van bibliotheken, cultuurcentra en gemeenschapscentra. Geen heisa dus. Terechte bezorgdheid, van al wie zijn job ernstig neemt, van al wie, al is het maar 1 keer per jaar, al is het maar per toeval in deze huizen komt om te ontspannen, te leren, te ontmoeten, te genieten, te verwonderen,…

We weten dat heel wat steden en gemeenten hun cultuurcentrum of gemeenschapscentrum sterk waarderen, dat bewijzen hun jarenlange inspanningen en investeringen. Ook de tevredenheid van burgers, van het publiek is erg hoog, bevestigde recent onderzoek. Jaarlijks meer dan 3 miljoen bezoekers in 60 cultuurcentra alleen al. Of om nog een belangrijk segment ‘onder druk’ te benoemen: 4.000-tal kunst- en cultuuractiviteiten voor scholen met een bereik van 500.000 kinderen en jongeren. Lanceer gerust  #trotsopmijncc op twitter, instagram, facebook.

Anderzijds mogen we met z’n allen niet naïef zijn. De verleidingen schuilen niet langer om de hoek, ze liggen nu vlak voor onze voeten. Wie daar blind voor is, ontloopt zijn verantwoordelijkheid. Onder het mom van ‘efficiëntie’ besparen op personeel. De werkdruk in onze cultuurhuizen neemt toe. Onder het mom van ‘hogere publiekscijfers’ en ‘rationalisering van budgetten’ riskeren we een doorgeslagen commerciële benadering van het cultuuraanbod. De gelaagde diversiteit in activiteiten, in projecten en cultuurprogrammatie komt in het gedrang. Voorstellingen die gemaakt worden met Vlaams subsidiegeld vinden een speelplek in de cultuurcentra. Maar wat zal er gebeuren nu de cc’s die expliciete opdracht niet meer krijgen vanuit de Vlaamse Gemeenschap? Waarom zou een gemeente nog middelen investeren in dure theater- of dansproducties als de opdracht door Vlaanderen verdwijnt? Het gaat niet alleen om verschraling vermijden, om ‘damage control’. Onze huizen moeten vooral actief op zoeken kunnen blijven gaan naar ‘het verschil’. Dat tikkeltje meer.

Als lokale besturen de kracht van deze cultuurplekken – bibs, cc’s en gc’s – erkennen, zullen ze niet anders kunnen dan te blijven investeren. Om burgers garanties te geven in hun toegang tot cultuur, kunst, educatie, informatie en ontmoeting. En dat betekent ook: de cultuurprofessionals die op deze plekken werken, de nodige ruimte, tijd en geld toe te vertrouwen om hun expertise elke dag opnieuw in te zetten. Dat betekent ook: met naburige gemeenten rond de tafel zitten om goede afspraken te maken en samen te werken – wat overigens al op diverse plekken gebeurt. Dat betekent ook: regelmatig experiment en zelfs mislukking toelaten. Zoals de R&D-afdeling in bedrijven injecties geeft tot innovatie.

In dialoog met politici, beleid, de minister van cultuur, de cultuurschepenen en burgemeesters, kunstenaars, middenveld en burgers, gaan de lokale cultuurwerkers de uitdagingen van morgen aan: digitalisering, verkleuring, vergrijzing, verarming, regionale samenwerking, enz… Er ligt werk op de plank, voor ons allemaal. Laten we elkaar dus niet de vinger wijzen, maar samen waken over onze publieke opdracht in de veranderende samenleving, om een plek van verwondering en verbeelding te blijven. En ja, daar hoort ook kunst bij.

Nee, dat gaan we niet vinden als we alleen in onze eigen habitat blijven. Niet alleen in het huis van mama en papa. Niet alleen in het huis van oma en opa. Niet alleen op het grondgebied van onze gemeente. Ver reizen is niet nodig, geen extra CO2 in de lucht. Een kleuter kan de afstand met zijn korte beentjes aan. Totale nieuwe werelden openen zich. Daar op die plek, in het hart van een stad, van een dorp, waar je eventjes uit de rat race kan komen, naar die culturele plek, die je rust biedt. Of onrust. Of een gezellige babbel. Of een nieuwe perspectief.

Kan de minister nog iets doen? Zeker! Lees het VVC-advies


Evi Gillard

VVC – Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra
www.cultuurcentra.be