Regelgeving en beleid

Cultuurparticipatie

De VVC is zorgvuldig als het gaat om het geven van betrouwbare en actuele informatie en antwoorden die het zelf geeft of die het krijgt van expert-partners op wie het een beroep doet. De VVC kan echter niet garanderen dat de informatie en antwoorden altijd foutloos, volledig en actueel zijn. Daarom kunnen aan de informatie op de website en aan eventueel advies - per e-mail - geen rechten worden ontleend.

De VVC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onjuistheden of onvolledigheden in de aangeboden informatie en antwoorden, noch voor schade die het gevolg is van problemen veroorzaakt door, of inherent aan het verspreiden van informatie via het internet, zoals storingen of onderbrekingen van of fouten of vertraging in het verstrekken van informatie of diensten door de VVC of door u aan de VVC via de website of elektronische weg.

Lees hier meer over:

Vlaams Participatiedecreet

_____________________________________________________________________________________________________________

Participatiedecreet

Op 1 juli 2014 is het gewijzigde participatiedecreet samen met het aangepaste uitvoeringsbesluit in werking getreden. De wijzigingen die werden aangebracht aan het decreet van 2008 versterken de transversaliteit en de structurele aandacht voor kansengroepen en optimaliseren de uitvoering van het decreet.

 De gecoördineerde versie van het gewijzigde decreet en besluit van de Vlaamse regering vind je hier:

Waar kunnen (sommige) cultuur- en gemeenschapscentra een beroep op doen en wat is er gewijzigd?

1. Projecten met het oog op een aanbod voor kansengroepen in gemeenschapscentra
 

  • Projecten van gemeenschapscentra ter bevordering van de participatie van kansengroepen hebben voortaan een duur van twee jaar. Aanvragen kunnen ingediend worden voor 1 september van een even jaar.
  •  Een project bestaat uit een specifieke programmering voor één of meerdere kansengroepen of uit één meerdere omkaderings- of toeleidingsactiviteiten. 
  • De kansengroepen voor deze projecten zijn:
    o personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond
    o  personen met een handicap
    o  personen in armoede
    o  ouderen
    o  kinderen
  • De beoordelingscriteria worden als volgt geformuleerd:
    o  de mate waarin het project aansluit bij een of meer beoogde kansengroepen;
    o  de inspanningen van het gemeenschapscentrum om een of meerdere kansengroepen toe te leiden naar het project;
    o  de resultaten die worden voorop gesteld en het effect daarvan op de werking van het gemeenschapscentrum. 
  • Uiterlijk op 31 januari bezorgt de aanvrager een voortgangsrapport en een geactualiseerde begroting. Op basis hiervan deelt de administratie uiterlijk op 1 maart mee of het project kan worden verdergezet. Op 1 mei wordt het financieel verslag van het voorbije jaar aan de administratie bezorgd. 

Meer info over de projecten aanbod kansengroepen bij gemeenschapscentra.

2. Tegemoetkoming in het organiseren van een bijzonder cultuuraanbod
 

  • Het Bijzonder Cultuuraanbod wordt voortaan een geïntegreerd algemeen aanbod dat zich richt naar een ruime groep van organisatoren. Er wordt één subcategorie voorzien: het aanbod Nieuw Talent voor gezelschappen of artiesten die nieuw zijn op het podium of die een nieuwe artistieke richting inslaan en die professionele ambities hebben. Het vroegere aanbod BiDo (Bijzondere Doelgroepen) wordt dus binnen het algemeen aanbod opgenomen. Aanvragen om opgenomen te worden in het aanbod worden ingediend uiterlijk op 15 januari, 15 mei of 15 september. Deze aanvragen worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie die de Minister adviseert. De minister beslist binnen de vier maanden. Een programma kan uit het aanbod worden geschrapt als de artiest of het gezelschap zich niet houdt aan de voorwaarden of als het programma drie keer binnen een periode van twaalf maanden negatief is beoordeeld. 
  • Er bestaan voortaan twee soorten financiële tussenkomsten voor de organisatoren, nl. een tussenkomst van een derde van de uitkoopsom en een maximum van 600 euro voor het algemeen aanbod, en een tussenkomst van de helft van de uitkoopsom met een maximum van 750 euro voor de subcategorie Nieuw Talent. De minister kan wel nog steeds tijdelijk een specifieke subcategorie bepalen waarvoor een hogere tussenkomst geldt. 
  • Om een beroep te doen op het aanbod wordt geen onderscheid meer gemaakt naar categorie van organisator. Ook cultuurcentra en kunstencentra kunnen een beroep doen op het aanbod Podium met een maximum van tweemaal per jaar tenzij het een aanbod betreft uit Nieuw Talent waar de aanvragen onbeperkt kunnen.
  • De voorwaarden waaraan het aanbod en de organisator moeten voldoen zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit. Nieuw is dat een organisator de manifestatie dient aan te melden bij de Uitdatabank van Cultuurnet. Deze publicatie vervangt de bewijsvoering met affiches, brochures… Ook is het niet langer verplicht om een korting te voorzien voor toeschouwers die jonger dan 26 jaar of ouder dan 55 jaar zijn.

    Meer info over het bijzonder cultuuraanbod.

3. Subsidiëring van lokale netwerken voor de bevordering van de vrijetijdsparticipatie van personen in armoede
 

  • Indien in de gemeente geen vereniging van personen in armoede actief is, kunnen ook andere relevante lokale organisaties die in hun werking onder meer personen in armoede als doelgroep hebben betrokken worden bij het lokaal netwerk. 
  • In de afsprakennota wordt voor elk van de partners beschreven welke inbreng zij doen of welk engagement zij nemen in het samenwerkingsverband. 
  • De subsidies kunnen voortaan ook aangewend worden voor de ondersteuning en financiering van gemeentelijke initiatieven van of voor personen in armoede op sportief, jeugdwerk- of cultureel vlak. 
  • Er worden geen beperkingen meer opgelegd wat betreft de inbreng van de cofinanciering door de gemeenten. 
  • Het bedrag dat wordt vrijgemaakt als trekkingsrecht voor de gemeenten wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld tijdens het laatste jaar van de legislatuur van de gemeenten.
  • De trekkingsrechten van de gemeenten die geen lokaal netwerk inrichten worden niet automatisch toegevoegd aan de subsidie van Demos voor rechtstreekse financiële tegemoetkomingen. Het bedrag dat hiervoor wordt ingezet zal worden bepaald in de beheersovereenkomst. 
  • De verantwoordingsnota dient te worden ingediend voor 1 mei. 

    Meer info over de lokale netwerken armoede.

FEDERAAL NIVEAU

In dit verband kan ook verwezen worden naar een federaal initiatief ‘PARICIPATIE EN SOCIALE ACTIVERING ‘ waarbij OCMW’s een beroep kunnen doen op federale middelen waarmee ze de actieve of passieve deelname door de doelgroep aan activiteiten of manifestaties kan stimuleren. Ze kunnen dit doen door een individueel voordeel toe te kennen, zoals de tussenkomst in de kosten voor een toegangsticket, maar het kan ook een collectief voordeel zijn door een manifestatie te ondersteunen die zich (niet exclusief) tot de doelgroep richt.

Meer informatie over deze federale middelen: http://www.mi-is.be/be-nl/ocmw/participatie-en-sociale-activering

4. Subsidiëring van projecten ter bevordering van de participatie van kansengroepen in cultuur, jeugdwerk of sport
 

  • Zoals voorheen kunnen de aanvragen enkel worden ingediend door een vzw.
  • De indiendata voor participatieprojecten kansengroepen zijn gewijzigd naar 1 februari voor projecten die van start gaan vanaf 1 juli van hetzelfde jaar en naar 1 augustus voor projecten die van start gaan vanaf 1 januari van het volgende jaar.
  • Meerjarige projecten kunnen enkel worden ingediend op 1 augustus en moeten jaarlijks uiterlijk op 15 februari een financieel en werkingsverslag en een planning en begroting indienen. Op basis hiervan deelt de administratie uiterlijk op 15 maart mee of het project kan worden verdergezet. 
  • De beoordelingscriteria worden praktijkgerichter geformuleerd, namelijk: 
    o de wijze waarop het project inspeelt op en tegemoetkomt aan de eigenheid van de kansengroep of vertrekt vanuit de kansengroep;
    o de actieve participatie van de doelgroep in de totstandkoming van het project;
    o de bijdrage van het project aan het wegwerken van participatiedrempels;
    o de inbedding van het project in een netwerk of samenwerkingsverband met relevante actoren om de slaagkansen van het project te maximaliseren;
    o de aandacht voor een meer inclusieve cultuur-, jeugdwerk- of sportpraktijk door actieve participatie van kansengroepen, participatie in gezinsverband of intergenerationele initiatieven. 
  • De beoordelingscommissie beoordeelt de inhoudelijke aspecten van de aanvraag. De administratie daarentegen beoordeelt de zakelijke en financiële aspecten en toetst de aanvraag aan het algemene beleidskader van de Vlaamse overheid. 
  • De uitzonderingsmaatregel voor structureel gesubsidieerde organisaties wordt aangepast. Indien de subsidieaanvrager al een werkingssubsidie ontvangt van de Vlaamse overheid, moet zowel op organisatorisch als op financieel vlak worden aangetoond wat het beoogde effect is van het project op de reguliere werking. In het werkingsverslag moet worden opgenomen op welke manier het initiatief na afloop van de subsidieperiode binnen de reguliere werking wordt opgenomen. De helft van de subsidies wordt bij voorrang wel toegekend aan verenigingen die geen werkingssubsidie ontvangen van de Vlaamse overheid. 

 

Hier vind je alle info over diverse wetgeving en beleid, met extra duiding.
Zoek via het alfabetisch register of gebruik de zoekfunctie.