Regelgeving en beleid

Lokaal Cultuurbeleid

Documenten

7/12/2011    VVC-standpunt bij het voorontwerp van decreet lokaal cultuurbeleid (pdf)

15/11/2011  Voorontwerp van decreet lokaal cultuurbeleid (pdf) 
15/11/2011  Memorie van Toelichting bij het voorontwerp van decreet lokaal cultuurbeleid (pdf)

27/04/2011  communicatie van het kabinet cultuur ivm de belangrijkste principes bij de aanpassing van het decreet (pdf)
08/06/2011  VVC-standpunt ivm de wijzigingen van het decreet lokaal cultuurbeleid  (pdf)
09/06/2011  het verslag van de commissie cultuur (pdf) met antwoord van de minister van cultuur ivm personeelssubsidie e.a.
17/06/2011  presentatie van Lien Verwaeren tijdens de Junitoer van Locus (pdf)
17/06/2011  VVC-bijdrage door voorzitter Eugeen Van lent tijdens de Junitoer van Locus (pdf)

Update wijziging decreet lokaal cultuurbeleid:

Op vrijdag 10 november 2011 keurde de Vlaamse regering het voorontwerp van decreet over het lokaal cultuurbeleid principieel goed. Over dit voorontwerp van decreet wordt nu advies ingewonnen bij de Strategische Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

Aanpassingen van het decreet lokaal cultuurbeleid n.a.v. het planlastdecreet  

Op 8 april  keurde  de Vlaamse Regering het planlastdecreet opnieuw goed. Dit decreet wordt beschouwd als een ‘kaderdecreet’ dat de regels bepaalt  voor de plan- en rapporteringsverplichtingen van lokale besturen aan de Vlaamse Overheid. Dit betekent ook dat elke (sectorale) subsidiëring vanuit de Vlaamse overheid aan de lokale besturen moet beantwoorden aan dit kaderdecreet. Men verwacht dat het planlastdecreet na bespreking in het Vlaams Parlement definitief goed gekeurd zal zijn tegen het einde van het jaar. Daarom nemen de sectorale ministers nu reeds het initiatief om de sectorale decreten aan te passen. Het gaat om 15 sectorale decreten: lokale diensteneconomie, lokaal sociaal beleid, ouderenbeleid, jeugdbeleid, sportbeleid, milieubeleid,... en het lokaal cultuurbeleid.

De belangrijkste elementen uit het planlastdecreet zijn:

  1. De sectorale beleidsplannen worden geïntegreerd in één meerjarenplan. De sectorale decreten verwijzen, voor wat betreft de vormvereisten van de lokale planning en rapportering, alleen naar de bepalingen over de strategische meerjarenplanning, het budget en de jaarrekening in de organieke regelgeving.
  2. De Vlaamse overheid kan een aantal beleidsprioriteiten naar voor schuiven. Deze kunnen enkel betrekking hebben op te verrichten activiteiten, te leveren prestaties en/of te bereiken effecten. De subsidieregelingen kunnen geen voorwaarden bevatten met betrekking tot de aard van de in te zetten middelen of de organisatorische structuur van het lokaal bestuur.
  3. Er kan wel een cofinanciering geëist worden.
  4. De sectorale decreten kunnen  bepalen dat de lokale besturen moeten aantonen dat ze lokale belanghebbenden hebben betrokken bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning.

De timing zit strak. Het planlastdecreet bepaalt immers ook: “De Vlaamse regering maakt uiterlijk op 30 oktober van het jaar waarin er lokale verkiezingen plaatsvinden de Vlaamse beleidsprioriteiten en de bijbehorende subsidieregelingen voor de komende lokale beleidscyclus bekend.”  Dit betekent dat de Vlaamse prioriteiten voor het lokaal cultuurbeleid, cultuurcentra en bibliotheken duidelijk moeten zijn op 31 oktober 2012. Vandaar wordt het proces om het decreet lokaal cultuurbeleid aan te passen nu reeds gestart. 

Het kabinet en de administratie cultuur bereidden momenteel de ontwerpteksten voor. Op 27 april werd de VVC samen met andere belangenbehartigers en steunpunten uitgenodigd op het kabinet cultuur van minister Joke Schauvliege voor een toelichting bij de voorstellen van wijziging van decreet lokaal cultuurbeleid in het kader van het planlastdecreet.  Omdat de ontwerptekst van het gewijzigde decreet lokaal cultuurbeleid nog een juridische en inhoudelijke toets moet doorstaan, kunnen we nog niet beschikken over de decreettekst zelf. Op vraag van de betrokkenen bezorgde het kabinet cultuur wel een schriftelijke communicatie met de belangrijkste principes van de voorgestelde wijzigingen. Download de volledige communicatie van het kabinet cultuur ivm de belangrijkste principes bij de aanpassing van het decreet lokaal cultuurbeleid (pdf)

De raad van bestuur van de VVC heeft deze voorstellen uitvoerig besproken en een standpunt (pdf) ingenomen.

De VVC betreurt op de eerste plaats het verlies van de garantie waarbij de enveloppensubsidiëring verplicht moet worden besteed aan de loonkosten voor personeel dat werkt in het A – of B – niveau en is zeer bezorgd over de mogelijk negatieve gevolgen op de kwaliteit van de werking.

Binnen het te strakke keurslijf van het planlastdecreet hebben de voorliggende voorstellen de verdienste een duidelijke plaats te voorzien voor de cultuur – en gemeenschapscentra in het kader van het lokaal cultuurbeleid. Voor de cultuurcentra wordt de bestaande categorie – indeling behouden met de huidige infrastructuurvoorwaarden per categorie. De bepaling van de aangekondigde beleidsprioriteiten voor de cultuurcentra, de totale voorziene subsidie en de verdeling van dit bedrag over de verschillende categorieën wordt doorverwezen naar een toekomstig Besluit van de Regering.

In de huidige omstandigheden is de formulering van deze beleidsprioriteiten voor de cultuurcentra zeer belangrijk. In het standpunt formuleert de VVC hiervoor enkele basisprincipes.

Wat de gemeenschapscentra betreft herhalen we onze voorkeur om deze terug op te nemen in het decreet lokaal cultuurbeleid met de bestaande projectsubsidies, tenzij … het planlastdecreet ook hier voor problemen zou zorgen.

Tijdens de Junitoer van LOCUS op 17 juni lichtte Lien Verwaeren, kabinetsmedewerkster van minister Schauvliege, de algemene principes toe van de wijzigingen aan het decreet lokaal cultuurbeleid. 
Download de presentatie van Lien Verwaeren (pdf).

Eugeen Van lent, voorzitter VVC, kreeg ook de kans om het VVC – standpunt toe te lichten. Zijn bijdrage vindt u hier.

Verdere timing

De voorstellen worden nu vertaald in een voorontwerp van decreet dat reeds in september aan de Vlaamse regering zal worden voorgelegd. Eenmaal goedgekeurd door de Vlaamse regering, na advies van de Raad van State, heeft het parlement het laatste woord. Verwacht wordt dat de decreetwijzigingen definitief zullen goedgekeurd worden in het voorjaar 2012. Intussen kunnen we starten met het nadenken over de inhoudelijke invulling van de beleidsprioriteiten, die in hun definitieve vorm (via een Besluit van de Vlaamse Regering) aan de gemeentebesturen moeten kenbaar gemaakt worden ten laatste op 31 oktober 2012. Een eerste overleg over de inhoudelijke invulling van de beleidsprioriteiten met de Administratie vond plaats op dinsdag 21 juni en zal in september, op basis van concrete tekstvoorstellen, verder worden gezet.

Vragen in de commissie cultuur (Vlaams Parlement)

Op 9 juni 2011 beantwoordde minister van cultuur Joke Schauvliege enkele vragen van parlementsleden Bart Caron (Groen!) en Paul Delva (CD&V) ivm de aanpassing van het decreet lokaal cultuurbeleid. De minister stelde in de commissie cultuur o.a. het volgende:   ‘Ik zal niet uitsluiten dat subsidies gekoppeld aan de beleidsprioriteiten worden gebruikt om personeel te financieren. Het is niet omdat wij criteria opstellen dat de subsidies niet voor personeelsuitgaven mogen worden gebruikt. Dat zal er niet expliciet instaan, maar dat is geen probleem. Om beleidsprioriteiten te realiseren, zullen immers professionele mensen nodig zijn.”
Lees het verslag van de commissie cultuur (pdf)

Wetgeving

Decreet Lokaal Cultuurbeleid van 13 juli 2001  (gecoördineerde versie tot 2007)
Besluit Lokaal Cultuurbeleid  (gecoördineerde versie tot 2008)
Cultuurpact

Subsidies Cultuurcentra

2002-2007

De cultuurcentra genoten van een basissubsidie en konden een dossier indienen voor een variabele subsidie.

De niet-geïndexeerde bedragen van de jaarlijkse basissubsidie bedroegen voor een CC uit
Categorie A: € 280.000
Categorie B: € 135.000
Categorie C: € 60.000

Het totale bedrag voor de variabele subsidiëring bedroeg € 3.517.000 per jaar. De verdeling van de variabele subsidies gebeurde op basis van de ingediende aanvraagdossiers en de beoordeling van een aantal parameters door een commissie. Hierbij ontvingen een aantal cultuurcentra een variabele subsidie, andere ontvingen niets. Dit veroorzaakte enkele klachten bij de Raad van State.

2008-2013

Een wijziging in het decreet zorgde voor een herschikking van de subsidiëring van de cultuurcentra.

Men spreekt nu van een ‘enveloppensubsidie’ en een aanvullende subsidie.

De niet-geïndexeerde bedragen van de jaarlijkse enveloppensubsidie bedroegen voor een CC uit:
Categorie A: € 325.000
Categorie B: € 190.000
Categorie C: € 110.000

De aanvullende subsidiëring gebeurde als volgt:

  • Categorie A

Voor CC’s uit de categorie A wordt jaarlijks een bedrag van minimaal € 700.000 verdeeld voor bijzondere projecten die de gewone werking van het CC overstijgen. Prioritair zijn projecten met het oog op het bereiken van een nieuwe publiek, het verruimen van het aanbod van door de Vlaamse overheid gesubsidieerde en ondersteunde gezelschappen en het ondersteunen en toegankelijk maken van het aanbod van lokale gezelschappen en verenigingen.

De gemeenten dienden een aanvraagdossier in en op basis van overleg met het kabinet werden de afspraken vastgelegd in een convenant. De subsidiebedragen werden uiteindelijk als volgt vastgesteld: gezien de kwaliteit van alle aanvraagdossiers, achtte men het onmogelijk om aan alle dossiers het gevraagde bedrag toe te kennen. Vandaar gebeurde de verdeling als volgt: elk cultuurcentrum ontving € 40.000 en kreeg daarboven op een bedrag in verhouding met het inwonersaantal.
Deze bedragen worden jaarlijks uitbetaald en liggen vast tot 2012.

  • Categorie B en C

Jaarlijks wordt een bedrag van minimaal € 700.000 verdeeld onder de cultuurcentra uit de categorie B en C. Hiervoor moesten de gemeenten een inspanningsverbintenis indienen waarin men verklaart te zullen werken aan de vooropgestelde prioriteiten: bijzondere aandacht voor bereiken van een nieuwe publiek, het verruimen van het aanbod van door de Vlaamse overheid gesubsidieerde en ondersteunde gezelschappen en het ondersteunen en toegankelijk maken van het aanbod van lokale gezelschappen en verenigingen.

De verdeling gebeurde eenvoudig in gelijke delen onder de 51 cultuurcentra. Elk cultuurcentrum uit zowel B als C categorie ontvangt bijgevolg jaarlijks € 13.725.

Deze bedragen worden jaarlijks uitbetaald en liggen vast tot 2012.

Subsidies Gemeenschapscentra

2004-2007

De gemeenschapscentra die vóór het decreet van 2001 cultureel centrum waren, konden beroep doen op een jaarlijkse projectsubsidie voor het gemeenschapscentrum, berekend op basis van een forfaitair bedrag per inwoner door de minister bepaald afhankelijk van het aantal goedgekeurde aanvragen.
Het aanvraagdossier moesten volgende elementen bevatten:
- overzicht van de eigen programmering van het gemeenschapscentrum
- financiële afrekening waaruit blijkt dat de gemeente ten minste 1 euro per inwoner aan de eigen programmering heeft uitgegeven.
- verklaring dat de subsidie jaarlijks wordt besteed voor eigen programmering en projectwerking naar scholen, jongeren, kinderen of senioren
- verklaring dat de initiatieven opgenomen worden in het beleidsplan en actieplan
- verklaring van de gemeente dat ze jaarlijks ten minste hetzelfde bedrag zal uitgeven aan de eigen programmering van het gemeenschapscentrum als dat wat ze ontvangt voor de projectsubsidie.

2008-2009

Bij de wijziging van het decreet werden de projectsubsidies van de gemeenschapscentra geschrapt. Het budget van 500.00 euro werd overgeheveld naar het participatiedecreet.

Lees meer bij ‘participatiedecreet’.

Links

Vlaamse overheid, Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen: http://www.cjsm.vlaanderen.be/sociaalcultureelwerk/
Team Lokaalcultuurbeleid:  http://www.cjsm.vlaanderen.be/lokaalcultuurbeleid/

 

Hier vind je alle info over diverse wetgeving en beleid, met extra duiding.
Zoek via het alfabetisch register of gebruik de zoekfunctie.