Regelgeving en beleid

Planlastvermindering

De VVC is zorgvuldig als het gaat om het geven van betrouwbare en actuele informatie en antwoorden die het zelf geeft of die het krijgt van expert-partners op wie het een beroep doet. De VVC kan echter niet garanderen dat de informatie en antwoorden altijd foutloos, volledig en actueel zijn. Daarom kunnen aan de informatie op de website en aan eventueel advies - per e-mail - geen rechten worden ontleend.

De VVC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onjuistheden of onvolledigheden in de aangeboden informatie en antwoorden, noch voor schade die het gevolg is van problemen veroorzaakt door, of inherent aan het verspreiden van informatie via het internet, zoals storingen of onderbrekingen van of fouten of vertraging in het verstrekken van informatie of diensten door de VVC of door u aan de VVC via de website of elektronische weg.

Planlastvermindering

Documenten

15 juli 2011   Decreet houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaams Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan-  rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd. (BS 11.08.2011)

Stand van zaken

Op 15 juli 2011 keurde het Vlaams Parlement het decreet goed houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan - en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd.

De algemene uitgangspunten van dit decreet zijn:

  1. De sectorale beleidsplannen worden geïntegreerd in één meerjarenplan. De sectorale decreten verwijzen, voor wat betreft de vormvereisten van de lokale planning en rapportering, alleen naar de bepalingen over de strategische meerjarenplanning, het budget en de jaarrekening in de organieke regelgeving.
  2. De Vlaamse overheid kan een aantal beleidsprioriteiten naar voor schuiven. Deze kunnen enkel betrekking hebben op te verrichten activiteiten, te leveren prestaties en/of te bereiken effecten. De subsidieregelingen kunnen geen voorwaarden bevatten met betrekking tot de aard van de in te zetten middelen of de organisatorische structuur van het lokaal bestuur.
  3. Er kan wel een cofinanciering geëist worden.
  4. De sectorale decreten kunnen bepalen dat de lokale besturen moeten aantonen dat ze lokale belanghebbenden hebben betrokken bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning.

Standpunt van de VVC

De VVC is zeker niet gekant tegen een planlastvermindering voor de lokale besturen maar is bezorgd over de grote gevolgen die deze regelgeving zal hebben op de subsidiëring van het lokaal cultuurbeleid en dus ook op de werking van de cultuur- en gemeenschapscentra. Dit decreet gaat verder dan een planlastvermindering. Het bepaalt ook de voorwaarden waaronder nog Vlaamse subsidies kunnen worden verstrekt aan lokale besturen.

De VVC is zeer bezorgd over deze ontwikkelingen. Het is een kaderdecreet dat moet toegepast worden op alle beleidsdomeinen. Het houdt dus geen rekening met de verschillende posities van deze beleidsdomeinen wat de planlast betreft. Het decreet lokaal cultuurbeleid werd reeds grondig ontdaan van alle mogelijke planlast via een wijziging van 22 december 2005. Dit decreet zorgt vooral voor een planlastvermeerdering en voor een inhoudelijk sturend optreden vanuit de Vlaamse overheid in de culturele sector via de beleidsprioriteiten.

De integratie in het gemeentelijk meerjarenplan houdt het risico in dat cultuur opnieuw de laatste bladzijde wordt, het cultuur – en gemeenschapscentrum een korte paragraaf en dat de participatie van de doelgroepen verdwijnt. Is de ‘planlastvermindering’ ons zoveel waard?

Maar meer en belangrijker is de bepaling dat de Vlaamse regering de lokale besturen enkel kan subsidiëren op basis van Vlaamse beleidsprioriteiten die betrekking kunnen hebben op te verrichten activiteiten, te leveren prestaties en/of te bereiken effecten. Bovendien wordt duidelijk gesteld dat de subsidieregelingen geen voorwaarden kunnen bevatten met betrekking tot de aard van de in te zetten middelen. Dit betekent voor de cultuurcentra (en ook voor de openbare bibliotheken) het einde van de personeelssubsidie. Deze regelgeving betekent namelijk vanaf 1 januari 2014 het einde van de enveloppensubsidiëring die momenteel verplicht wordt aangewend voor de loonkosten van het personeel dat werkt in het A - of het B - niveau van het cultuurcentrum. De Vlaamse overheid neemt elke garantie weg voor de continuïteit van de werking van cultuurcentra op lange termijn. Om de gevreesde bureaucratie te vermijden, om de te grote controledrift van de Vlaamse overheid onmogelijk te maken, pleit de VVC voor een eenvoudige regelgeving en een subsidiëring waarbij er garantie is voor de tewerkstelling van kwalitatief personeel dat, op basis van lokale behoeften, een werking ontplooit onder de verantwoordelijkheid van het lokale bestuur en in samenspraak met de lokale bevolking. De Vlaamse overheid kan daarnaast, op basis van inhoudelijke prioriteiten, bepaalde accenten bijkomend subsidiëren. Deze ‘bijkomende’ subsidiëring biedt de mogelijkheid om linken te leggen met andere decreten (kunstendecreet, participatiedecreet,…).

Het risico is erg groot dat het kwalitatief – voorwaardenscheppend en niet – inhoudelijk sturend beleid van de voorbije veertig jaar wordt weggeveegd en vervangen door een inhoudelijk (betuttelend?) sturend beleid dat elke garantie voor continuïteit op de helling zet met een grotere planlast tot gevolg.

Meer: Lees ook over de Interne Staatshervorming

 

 

Hier vind je alle info over diverse wetgeving en beleid, met extra duiding.
Zoek via het alfabetisch register of gebruik de zoekfunctie.