Regelgeving en beleid

Vrijwilligers

De VVC is zorgvuldig als het gaat om het geven van betrouwbare en actuele informatie en antwoorden die het zelf geeft of die het krijgt van expert-partners op wie het een beroep doet. De VVC kan echter niet garanderen dat de informatie en antwoorden altijd foutloos, volledig en actueel zijn. Daarom kunnen aan de informatie op de website en aan eventueel advies - per e-mail - geen rechten worden ontleend.

De VVC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onjuistheden of onvolledigheden in de aangeboden informatie en antwoorden, noch voor schade die het gevolg is van problemen veroorzaakt door, of inherent aan het verspreiden van informatie via het internet, zoals storingen of onderbrekingen van of fouten of vertraging in het verstrekken van informatie of diensten door de VVC of door u aan de VVC via de website of elektronische weg.

Vrijwilligersvergoeding

Voor de meest actuele informatie hierover verwijzen we u graag door naar volgende website: http://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/

De vrijwilligerswet van 3 juli 2005 geeft u als organisatie de mogelijkheid uw vrijwilligers te vergoeden voor gemaakte kosten en dit op twee manieren:

- op basis van reële bewezen kosten via de nodige bewijsstukken. Hieronder vallen ook de bewezen verplaatsingen met openbaar vervoer (de betaalde prijs), met de fiets (€ 0,20 per km) en met de wagen (maximum € 0,3460 per km);

- een forfaitaire kosten vergoeding met grensbedragen vanaf 2018 van € 34,03 per dag en € 1361,23 per jaar en per vrijwilliger.

De vrijwilligersvergoeding is een all-in kostenvergoeding. Alle kosten zijn in dat bedrag begrepen. Met de wetswijziging (BS 19 mei 2009) mag de opdrachtgever naast deze vergoeding wel een verplaatsingsvergoeding geven voor maximaal 2.000 kilometer per jaar en maximaal € 605,2 per jaar:

  • auto: maximaal € 0,3460 per kilometer; 
  • fiets: maximaal € 0,20 per kilometer;
  • openbaar vervoer: prijs van je ticket.

Een aangepaste verklaring op eer vindt u hier.

De belangrijkste elementen uit de vrijwilligerswetgeving

Documenten

Modeldocument: informatieplicht vrijwilliger 
Modeldocument: verklaring op eer vrijwilliger in verband met de kostenvergoedingen

Wetgeving

Gecoördineerde versie van de Wet op de rechten van de vrijwilliger: Gecoordineerde_wet_Juli_2006.pdf
Wet houdende diverse bepalingen van 6 mei 2009 (BS 19 mei 2009): combinatie mogelijk tussen forfaitaire en reële kostenvergoeding

 

_______________________________________________________________________________________________

 

Informatieplicht

Elke organisatie die met vrijwilligers werkt heeft een informatieplicht ten aanzien van de vrijwilligers. Ze kan deze informatieplicht op eender welke wijze vervullen: een website, een ledenblad, een folder, een aanplakking in het lokaal. De bewijslast over deze informatieplicht ligt bij de organisatie. De organisatie moet kunnen aantonen dat elke vrijwilliger op de hoogte is/kan zijn van de verschillende elementen die tot de informatieplicht behoren. De organisatie is niet verplicht de informatie persoonlijk en schriftelijk te overhandigen aan elke vrijwilliger.

Vooraleer iemand zich voor de eerste maal in een organisatie inzet als vrijwilliger informeert de organisatie de vrijwilliger minstens over:
- de onbaatzuchtige doelstelling en het juridisch statuut van de organisatie. Indien het gaat om een feitelijke vereniging vermeldt de organisatie de identiteit van de verantwoordelijken(n) van de vereniging;
- het verzekeringscontract dat de organisatie gesloten heeft voor vrijwilligerswerk zoals bedoeld wordt in artikel 6, § 1 van de wet.
- of de organisatie andere bijkomende risico's dekt verbonden aan het vrijwilligerswerk met vermelding van die risico's en het verzekeringscontract;
- of en in welke gevallen de organisatie de vrijwilliger onkostenvergoedingen betaalt en zo ja volgens welk systeem;
- de mogelijkheid dat de vrijwilliger geheimen kan vernemen waarbij hij gehouden is tot de geheimhoudingsplicht bedoeld in artikel 458 van het Strafwetboek.

Toepassing voor de CC/GC

Concreet betekent dit dat elk CC/GC dat met vrijwilligers werkt een dergelijk informatief document moet opstellen en via eender welke wijze de vrijwilligers hierover informeert.  Bestuursvrijwilligers (leden van de raad van bestuur) zijn ook vrijwilligers in de zin van deze wet, behalve in sommige gevallen wat hun bestuurdersaansprakelijkheid betreft. Dus de cultuurcentra die enkel met bestuursvrijwilligers werken, zijn ook gehouden aan deze informatieplicht.
Indien het om een feitelijke vereniging gaat (en dat is het geval voor alle raden van bestuur van gemeentelijke cultuur- en gemeenschapscentra) moet ook de identiteit van de verantwoordelijke van de vereniging meegedeeld worden. In dit geval is dit de voorzitter van de raad van bestuur.

De burgerlijke aansprakelijkheid van het CC/GC

De aansprakelijkheidsregeling is slechts van toepassing op bepaalde categorieën van verenigingen, nl. op verenigingen die op gestructureerde wijze hun activiteiten uitoefenen.
Deze gestructureerde organisaties zijn:
- rechtspersonen (vzw's en publieke rechtspersonen)
- feitelijke verenigingen die één of meer personen tewerkstellen die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor arbeiders of bedienden
- feitelijke verenigingen die op grond van hun specifieke verbondenheid met de bovengenoemde rechtspersonen of met de bovengenoemde feitelijke verenigingen beschouwd kunnen worden als een afdeling daarvan.
In deze gevallen is de vrijwilliger niet burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hij berokkent aan derden bij het verrichten van vrijwilligerswerk ingericht door deze organisaties, behalve in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout van de vrijwilliger.

Voor feitelijke verenigingen die niet onder deze opsomming vallen (de niet-gestructureerde verenigingen), is de huidige aansprakelijkheidsregeling (van gemeen) recht van toepassing. Dit heeft als gevolg dat de vrijwilliger blijft instaan voor de eigen fout, met het eigen patrimonium of via de dekking van de familiale verzekering en dat de betrokken vereniging niet onderworpen is aan de verzekeringsplicht. Deze verenigingen worden wel gestimuleerd zich aan te sluiten bij een collectieve aansprakelijkheidsverzekering, aangeboden door de (federale) overheid, die de aansprakelijkheid van haar vrijwilligers dekt.

Toepassing voor de CC/GC
Cultuurcentra in vzw - beheer zijn in dit geval gestructureerde organisaties en dus burgerrechtelijk aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger berokkent aan derden, behalve wanneer die schade het gevolg is van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout.
Voor cultuur- en gemeenschapscentra in gemeentelijk beheer is deze aansprakelijkheidsregeling niet van toepassing. Nochtans is het aan te bevelen de eigen vrijwilligers te verzekeren.

De verzekeringsplicht voor gestructureerde organisaties

In het geval de vereniging burgerrechterlijk aansprakelijk is voor de schade van de eigen vrijwilligers (de gestructureerde organisaties) verplicht de wet tot het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van deze burgerrechtelijke aansprakelijkheid, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid. Een KB zal de minimum garantievoorwaarden van deze verzekering vastleggen.
De overheid biedt, in samenspraak met de verzekeringssector, een collectieve polis aan, waar de organisaties zich op een eenvoudige en goedkope manier kunnen bij aansluiten. Deze collectieve polis staat ook open voor de niet-gestructureerde verenigingen. Deze collectieve polis is een aanbod en sluit andere collectieve polissen van bijv. gemeentebesturen niet uit.
De wet breidt de waarborg van de BA autopolis uit tot het schadeloos stellen van slachtoffers in geval van burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de organisatie bij de immuniteit van de vrijwilliger/eigenaar -houder -bestuurder van het verzekerde motorrijtuig. Zo wil de wetgever vermijden dat de verzekeraar BA auto in die gevallen de tussenkomst afwijst.
Bovendien voorkomt de wet dat vrijwilligerswerk uitgesloten wordt van dekking van de BA familiale polis. Zo wil de wetgever de vrijwilliger bescherming bieden in geval van aansprakelijkheid voor bedrog, zware schuld of vaak voorkomende lichte fout.

Toepassing voor de CC/GC

 
De cultuurcentra met vzw - beheer worden via deze wet verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid te nemen voor de vrijwilligers, voor zover dit nog niet het geval zou zijn.
Aangezien de feitelijke verenigingen - raden van bestuur van gemeentelijke cultuur- en gemeenschapscentra niet onder de verplichting vallen, zijn ze ook niet verplicht een dergelijke verzekering af te sluiten. Nochtans ligt het in de geest van de wet ook deze verenigingen aan te sporen de vrijwilligers te verzekeren, voor zover dit nog niet het geval zou zijn. De verantwoordelijkheid tot het afsluiten van een dergelijke verzekering ligt bij het gemeentebestuur, dat hiervoor ofwel zelf een verzekering kan afsluiten ofwel zich kan aansluiten bij een of andere vorm van collectieve polis die in wet is voorzien.
In de informatieve nota dient u te vermelden welke polis met welke dekking de organisatie heeft afgesloten ter dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid.
Wij gaan er ook van uit dat de vzw's programmering deze verplichting niet hebben voor zover de bestuurders van deze vzw's enkel bestuursverantwoordelijkheid hebben. Deze bestuursvrijwilligers vallen onder de vzw-wetgeving wat de bestuursverantwoordelijkheid betreft.

Onkostenvergoedingen

Vrijwilligers verrichten hun activiteiten onbezoldigd. De organisatie kan de vrijwilliger wel vergoeden voor de gemaakte onkosten. Dit kan op twee manieren:
- door een terugbetaling van reëel gemaakte kosten op basis van bewijsstukken
of
- door een betaling van begrensde forfaitaire bedragen. De wet voorziet een daggrens en een jaargrens. Deze maximumbedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Sinds de wetswijziging van 29 mei 2009 mag de forfaitaire vrijwilligersvergoeding gecombineerd worden met een vergoeding voor reëel gemaakt kosten die bewezen worden. Onder dit laatste vallen ook de vervoersonkosten: openbaar vervoer (ticketprijs), de fiets (fietsvergoeding van 0,15 per km) en de wagen (0,3169 per km). Het maximaal bedrag voor de terugbetaling van verplaatsingskosten is 633,8 euro per jaar en per vrijwilliger. Berekening: de wet bepaalt dat er maximum de waarde van 2000 km met de wagen mag vergoed worden. Met het huidige tarief van € 0,3169 per km betekent dat 2000 x 0,3169 = 633,8 euro.

Toepassing voor de CC/GC

De grensbedragen gelden per vrijwilliger ook al zet hij zich in voor verschillende organisaties. Wat de gevolgen zijn voor de organisatie wanneer een vrijwilliger de grenzen overschrijdt, is niet duidelijk. Het is daarom aan te raden de vrijwilliger een verklaring op eer te laten ondertekenen ingeval van forfaitaire betalingen. Hierin wijst u de vrijwilliger op zijn verantwoordelijkheid om te controleren dat hij/zij de grensbedragen niet overschrijdt door zich ook bij een andere organisatie als vrijwilliger in te zetten.
In de informatieve nota (zie punt 1) moet u vermelden of en hoe de organisatie de onkosten van de vrijwilliger vergoedt. Vergoedt u de vrijwilligers via forfaitaire onkostenvergoedingen, wijs de vrijwilliger dan ook hier op zijn verantwoordelijkheid voor het respecteren van de grensbedragen.
Indien u werkt met forfaitaire vergoedingen dient u jaarlijks een nominatieve lijst bij te houden met vermelding van de uitgekeerde sommen per vrijwilliger.

Vrijwilligers en arbeidsrecht

De wetgever is niet ingegaan op de vraag om vrijwilligers volledig uit te sluiten van het arbeidsrecht. Daardoor behoudt de Sociale Inspectie het recht om toch controles uit voeren in organisaties die met vrijwilligers werken. Dit schept een onzekere situatie. Tijdens de parlementaire besprekingen in de Commissie Sociale Zaken is heel duidelijk gesteld dat het niet de intentie is om nu het vrijwilligerswerk te gaan controleren.

 

Toepassing voor de CC/GC

Die onzekere situatie kan u verminderen door in het informatief document (zie punt 1) te vermelden dat de vrijwilligersactiviteiten vrijwillig en zonder enige verplichting of gezag vanwege de organisatie gebeuren.

Uitkeringsgerechtigde vrijwilligers

Eén van de positieve punten van de wet is dat hij vrijwilligerswerk voor verschillende categorieën van uitkeringsgerechtigde personen vereenvoudigt.

Werklozen en (voltijds en halftijds) bruggepensioneerden
Werklozen en (voltijds en halftijds) bruggepensioneerden moeten niet meer wachten op een goedkeuring van de RVA om met hun vrijwilligersactiviteiten te starten. Zij doen vooraf aangifte bij de RVA en komt er binnen de veertien dagen geen reactie dan kan het vrijwilligerswerk starten met behoud van de uitkering. Beslist de RVA nadien toch negatief dan heeft die beslissing enkel gevolgen voor de toekomst.

Uitkeringsgerechtigde arbeidsongeschikte werknemers
Ook zij kunnen vrijwilligerswerk doen maar moeten vooraf een aanvraag indienen bij de adviserende geneesheer van het ziekenfonds én toestemming krijgen.

Leefloon, uitkeringen voor hulp aan bejaarden, pensioen en gezinsbijslag.
Een KB bepaalt dat de onkostenvergoedingen die de vrijwilliger overeenkomstig de regels van de wet krijgt geen inkomsten vormen en dus geen invloed hebben op het leefloon en op deze uitkeringen. Personen die van een leefloon genieten, melden bij hun dossierbeheerder van het OCMW dat zij vrijwilligerswerk verrichten.

Toepassing voor de CC/GC
Breng uw vrijwilliger op de hoogte dat hij wanneer hij:
- uitkeringsgerechtigde werkloze/bruggepensioneerde is 14 dagen voordien aangifte moet doen bij de RVA via het formulier C45B;
- uitkeringsgerechtigde arbeidsongeschikte werknemer is een akkoord moet krijgen van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds;
- een leefloon ontvangt de dossierbeheerder van het OCMW op de hoogte brengt dat hij vrijwilligersactiviteiten verricht.

 

Hier vind je alle info over diverse wetgeving en beleid, met extra duiding.
Zoek via het alfabetisch register of gebruik de zoekfunctie.